Cusumano
Siciliaanse specialiteiten
Een generatie geleden leverde Sicilië – het grootste eiland van de Middellandse Zee, met 1500 kilometer kustlijn – voornamelijk simpele slobberwijn. Daarvan ging veel in bulk naar Frankrijk, om anoniem te verdwijnen in de goedkope alledaagse wijnen die de Fransen toen nog volop dronken. Vandaag de dag toont het Siciliaanse wijnlandschap een totaal ander beeld. De handvol kwaliteitsproducenten van weleer groeiden in aantal en voorheen ondergewaardeerde druivenrassen worden steeds vaker verwerkt tot producten van internationaal niveau. Sicilië, waar wijnbouw vermoedelijk al drieduizend jaar beoefend wordt, telt maar liefst 110.000 hectare wijngaarden, ongeveer net zoveel als heel Zuid-Afrika of Bordeaux. Naar verluidt produceert alleen al de provincie Trápani, in het uiterste westen, bijna een tiende van alle Italiaanse wijn.
Het merendeel van de nu toonaangevende, zelf bottelende bedrijven is jong. Cusumano bottelde zijn eerste oogst van het jaar 2000. Cusumano is een zeer gerenommeerd familiebedrijf uit Sicilië wat wordt geleid door de twee Cusumano-broers. Dit domein, momenteel een kleine 400 hectare bestrijkend, bracht tientallen jaren alleen bulkwijn voort, maar met de komst van een nieuwe generatie - de gebroeders Alberto en Diego Cusumano - werd de koers verlegd naar kwaliteit. Met succes, getuige de tientallen medailles en andere wijnbekroningen.
Aanvankelijk besteedden Albert en Diego al hun energie en geld aan het verbeteren van bestaande wijngaarden en planten van nieuwe. De akkers liggen verspreid over het hele eiland, en steeds werd zorgvuldig bepaald welke variëteiten waar moesten komen. Op weg naar het, om zijn Maffia-reputatie, beruchte Corleone creëerde Cusumano een wijngaard die Fucuzza werd gedoopt. Hij ligt op zevenhonderd meter hoogte, is rijk aan reliëf en kent zestig percelen die stuk voor stuk andere natuurlijke kenmerken hebben. De daarvan afkomstige druiven worden apart vergist. In 2003 werd er in Partinico begonnen met het bouwen van een nieuwe ‘cantina’ voor het perfectioneren van wijnen. Deze cantina ligt dichtbij een oud landhuis uit de negentiende eeuw en wordt gekarakteriseerd door de ‘San Carlo’ toren waar de locatie haar naam aan te danken heeft. In totaal neemt de nieuwe cantina zo’n vijf hectaren in beslag, en bevat een nieuwe bottelinginstallatie, een ondergrondse ruimte met eikenhouten vaten voor de rijping van wijnen en een zeer grote ruimte waar de wijn gerijpt wordt in de fles en tot slot ook nog diverse kantoren. Het oude landhuis wordt gebruikt voor wijnproeverijen en proefflessen.
Het eerste doel dat door Cusumano gesteld werd aan dit bouwproject was het schenken van zoveel mogelijk aandacht aan de laatste fase van het maken van een goede wijn en dat moet Cusumano met zo’n geheel nieuwe locatie zeker gaan lukken.
Net als veel Siciliaanse producenten werkt Cusumano voornamelijk met autochtone druivensoorten, enkele van de plusminus vijfhonderd die men heeft geïdentificeerd. De witte Alcamo (genoemd naar een gebiedje met die naam) bevat 60% van Sicilië’s meest geteelde druif, catarratto, aangevuld met 30% grecanico en 10% van voornamelijk müller-thurgau. De eveneens witte Angimbè is een kostelijke compositie van insolia en chardonnay. En voor de donkerrode Benuara, worden de nero d’avola en de syrah gebruikt. Op gastvrije wijze serveert men bij deze Siciliaanse specialiteit in het eigen, designachtige proeflokaal allerlei hartige hapjes, waaronder ham en kaas.
|